Wachtkamermuziek
- Charlotte

- 19 jan 2024
- 2 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 19 mei 2024
In de wachtzaal van de NKO-arts klinkt een mechanische piano met teveel reverb door krakkemikkige boxen. Ik weiger te begrijpen wat Adele bedoelt met “never mind I’ll find someone like you”. Ik hoor iets wat op een piano lijkt en in zo’n Spotifylijst staat die mensen doet geloven dat dat mooi is in een wachtkamer. Ik hoor in de piano de diva duchtig kwelen in mijn hoofd, verscheurd door liefdespijn maar met veel twang, ze had duidelijk geen last van die krop in haar keel. Adele zal nu ze 35 is allicht wel spijt hebben van haar momentopname zo’n 15 jaar geleden, iedere keer wanneer ze dat nummer opnieuw moet zingen. Een semi alcoholprobleem en minder kilo’s later weet ze waarschijnlijk wel beter.
Ik schaam mij dat ik emotioneel word van zo’n afgrijselijke versie van dat nummer. Dat het mij naar de keel grijpt en ik zo dadelijk naar binnen moet bij de dokter, met betraande ogen en verstopte neus, waardoor die laryngoscopie sowieso een foutief beeld zal geven. Ik zoek een zakdoek maar vind enkel een oud papieren exemplaar diep in mijn handtas, die een beetje kraakt bij het openen van oud snot en snuit heel zachtjes mijn neus. Mijn tranen droog ik snel met mijn groene donsjas, in de hoop dat die dokter mij niet vraagt waarom ik gehuild heb. Want dan zal ik moeten zeggen dat ik geraakt werd door haar gruwelijke wachtkamermuziek en ze dan bevestigd wordt dat ze echt een goede keuze heeft gemaakt. De dokter is een kokette dame met blond geföhnd haar, mooi naar binnen gekruld. Ik schat ze rond de 60, met witte parels rond haar hals en gouden armbanden zoals mijn bomma er ook had. Ze kijkt met gespleten ogen achter haar bril en vraagt wat ik hier kom doen. Ik wil haar zeggen dat het voelt alsof mijn keel wordt afgesneden, een harde knoop die je niet loskrijgt en wil hard beginnen huilen. Dat ik eigenlijk niets kom doen, maar ik hoop dat zij mij kan helpen met dat intens verdriet dat mij niet meer normaal laat praten en zingen. Alsof ik ergens rondzweef in een veel te rokerige ruimte en de uitgang maar niet vind. Maar ze neemt er de documenten bij van de logopedist, laat me snel plaatsnemen in haar doktersstoel en boort met een zwarte slurf door mijn veel te nauw neusgat. Ik zeg haar dat ik heel kleinzerig ben en ze mij volledig mag negeren moest ik wat teveel lawaai maken. Haar spontaan lachje maakt me even blij, dat had ze duidelijk niet verwacht. Niet veel later sta ik buiten, met de ingevulde documenten en een video van mijn trillende stembanden, die volledig sluiten zonder stemknobbels. Ik weet niet hoe ik dit verhaal moet eindigen, want ze wenst me een prettig weekend met een schamper knikje. Ze had duidelijk geen zin in smalltalk of een vriendelijke ‘hoe gaat het?’ Of misschien had ze echt niets door. Of was haar hond net gestorven, of haar man gaan lopen met een vierentwintigjarige spring in ‘t veld. I wish nothing but the best for you. Next please.




Opmerkingen