top of page

Schroevendraaiers en asperges

Bijgewerkt op: 13 jun 2024

“Ik ben helemaal speciaal voor jou opgestaan”, zeg ik. “Ik kom voor de digitale teller.” De Fluvius man is een beetje te laat, een sms met “tussen 7:15 en 8:30 zal de technieker komen, wij rekenen op uw aanwezigheid.” Ik lag laat in mijn bed, op café gaan tijdens de week, dat is wat mensen zonder babysit doen. Te veel cola’s omdat ik binnen een paar dagen zo’n testosteron-Vicking Run zal doen, gewoon omdat die coach van mijn sportclub met zijn schone ogen had beloofd om mij over die balk te dragen als ik niet meer kon. Een slapeloze nacht zonder huilende baby’s maar met liefdespijn en gedachten die ik maar niet kan uitschakelen. Afgelopen weekend zei iemand dat ik rekensommen moet maken, met een brugje wanneer het maar blijft tollen in mijn hoofd en ik de gedachte van mijn ex in iemand anders armen maar niet van mijn netvlieg krijg. Maar de cijfers draaien in mijn hoofd in cirkels en ik kan ze maar niet tot stilstand brengen. Adil was wel een topkerel. Hij vulde de kamer met een parfum dat mij een beetje in de war bracht. Niet direct mijn type, een vrij jonge gast met werkbroek waar een schroevendraaier of drie uitstulpt in combinatie met werkmansschoenen waarvan ik een kleine paniekaanval krijg als ik hem mijn parket zie betreden. Wanneer hij in zijn auto iets gaat halen komt hij terug met een knalgele veiligheidsjas. Ik begrijp er niets van. In mijn rustige straat zal niet gauw iemand Adil omver rijden en even denk ik twee seconden aan een slechte pornofilm, omdat hij inmiddels dat fluojasjeheeft uitgedaan en zijn biceps op deze vroege ochtend even diep uitstulpt als zijn schroevendraaiers. Hij zegt dat hij binnen vijf minuten de elektriciteit zal uitzetten en ik denk aan de asperges en bloemkool die ik net in een pot water heb gezwierd. Die hebben inderdaad niet dezelfde gaartijd en het is een vreemde combinatie. Zeker omdat de bloemkoolgeur Adils zeemzoet parfum onmiddellijk doet neutraliseren. Weg sfeer, in mijn hoofd verschijnt er een error omdat die bloemkool en asperges nooit op tijd klaar zullen zijn. “Zal ik anders vijf minuten wachten?” jij liet me ook wachten hè”, zeg ik met een bittere bloemkoolsmile. “Is hier een winkeltje voor sigaretten in de buurt?” Ik toon hem de weg naar de Carrefour, en wandel een klein stukje mee op mijn Birkenstocks met zilveren kousen. Als ik de deur weer achter mij dichttrek is de bloemkool klaar. Wanneer ik het kokende water in mijn wasbak giet, denk ik bij het bekijken van de ongare asperges aan penissen en begin rekensommen te maken. Plots weet ik niet meer hoeveel vijf plus zeven is en ook Adil is al gearriveerd en bonkt op de deur. “Je bent al terug, ik moet je niet per uur betalen hè”. Een schamper lachje verschijnt om zijn mondhoeken waardoor ik me plots weer een mevrouw voel zoals hij me aansprak bij het binnenkomen. Adil schakelt de elektriciteit uit, mijn computer valt uit, ik besef dat mijn huis een complete warboel is en dat dat mijn inwendige chaos weerspiegelt. Dat ik toch eens moet nadenken met wat ik bezig ben en misschien meer rekensommen moet maken. Dat ik ook niet begrijp waarom ik als kind die bruggetjes niet gewoon van buiten heb geleerd en ik zielig samen met Lieze uit 2B bij juffrouw Marina naar de hulpjuf moest in dat ander lokaaltje om extra breuken te maken. Ik voelde mij een loser terwijl ik wel 100% voor godsdienst had en ik de gedichtenwedstrijd won. Zes jaar later in het middelbaar was ik de pain in the ass van onze leerkracht Nederlands, die we de paardendrol noemden omdat hij in zijn vrije tijd met paarden rondreed en hij een minder subtiel parfum had dan Adil. Ik deelde toen gedichten uit aan mijn klasgenoten, omdat ik zo melancholisch en romantisch was als nu, door die eikel die me had verlaten op skireis voor het slimste meisje van de klas. Uiteindelijk won iemand anders met mijn gedicht de poëziewedstrijd, een ander slim kind dat niet de ballen had om te zeggen dat de eer aan mij toekwam. Ik neem het haar nog altijd kwalijk.


“Zet ik alles terug aan?” vraagt Adil. Ja, denk ik dan: ZODAT IK MISSCHIEN EEN BEETJE KAN BEGINNEN WERKEN. Maar ik ben superlief want Adil is zo’n cutie waar zijn baas echt op kan rekenen. Die geen koffie durft toezeggen wanneer die hem wordt aangeboden en ik mijzelf dan een racist voel omdat ik direct dacht dat hij misschien thee wou of aan het vasten was. “Ik moet vertrekken maar ben binnen 45 minuten terug.” Adil zegt dat hij tegen dan al weg zal zijn. “Als je iets nodig hebt moet je mijn huisgenoot maar wakker maken”. Die sowieso aan het poepen is in mijn zetel op het tweede verdiep, denk ik er bij. Met de nieuwe plaat van Kruangbin in mijn oren, de zon in mijn gezicht maar zonder bh en mijn bovenstukje van mijn pyjama nog aan, omdat ik voor Adil uit mijn bed moest springen, fiets ik naar mijn wekelijkse afspraak bij de logopedist. Wanneer ik bijna ben aangekomen besef ik dat ik straks mijn trui zal moeten uitdoen, want dat er ook een massage wordt gegeven, een laringale facilitatie zoals dat heet en dat ze dan misschien mijn tepels zal zien door mijn te strakke wit bovenstukje van mijn pyjama en mij even een hipster voel zodat ik vol zelfvertrouwen op die tafel kan liggen en dat dat dan totaal niet erg is. Wanneer ik binnenkom excuseer ik me dat ik mijn oefeningen niet heb gedaan maar dat het een lastige week was, want dat mijn ex-lief iemand anders heeft. Ik begin daar te huilen en ze vertelt dat ze zelf pas kinderen kreeg op haar 38 en 41. En dat ik misschien een hobby moet zoeken. Dat Badminton iets goed is, dat ze daar haar lief heeft leren kennen. Wrong answer, maar zo goed bedoeld. Ik zeg dat ik naast mijn ex ging zitten op een overvol terras en het lot ons samenbracht en dat ik op mysterieuze mannen val die floorballen. Het half uurtje zit er snel op. “Wenen op de kosten van de belastingbetaler” zeg ik bij ons afscheid, in de hoop dat ze het niet zou aanrekenen, maar het was natuurlijk ik die maar bleef babbelen, in een razernij van woorden waar ik geen vat op kreeg. Ik was vooral blij dat ik die trui kon aanhouden, al deed ik het niet met voorbedachte rade, maar vond het die paar euro’s en tijd even waard. Wanneer ik thuis aankom zie ik net Adil de deur dichttrekken. Een big smile verschijnt op zijn lief gezicht omdat ik met dat grafisch pennetje nog net op tijd zijn scherm kan tekenen, weer iets dat hij kan afvinken en hij rijdt met zijn zwarte Fluvius camionette rustig de straat uit. Blij was ik, dat hij me niet had achtergelaten zoals hem, maar eenmaal ik binnenkwam rook ik Adils subtiele parfum en bracht me het terug naar onze eerste nacht. Hoe ik de lakens weken niet ververste, omdat ik zo genoot van zijn geur, die ik op dit moment niet meer kan oproepen. Ik zeg tegen mezelf dat ik wat minder dramatisch moet zijn. De zon schijnt zachtjes door en ik bijt enkele topjes van de asperges zodat ze in het doosje passen voor de koelkast. Ik ben twee seconden afgeleid en tel breuken in mijn hoofd. Juffrouw Marina had vast fier geweest op mij.


 
 
 

Opmerkingen


  • Instagram

© 2024 alle rechten voorbehouden aan charlotte Schrijft

illustraties door aude de keyser

bottom of page