Hartzeer
- Charlotte

- 28 mei 2024
- 7 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 12 jun 2024
Als uw hart stopt met kloppen is het gedaan zeker? Vandaag werd ik afgevoerd met een ambulance met symptomen van een hartaanval. Omdat ik nogal van het dramatische type ben, schaamde ik mij wanneer die ziekenwagen met veel toeters en bellen in mijn straat kwam aangestoven. Weliswaar vrij laat, aangezien ze in dezelfde straat in Limburg stonden. Maar kijk, ik was nog onder de levenden en de verpleegkundige hing mij direct aan zo’n machine met veel draadjes. Ik mocht ook niet wandelen en toen ik zei dat het wat overdreven was, buiten die steken in de borst, hartenzymen in het bloed die gisteren waren vastgesteld door het labo en een afwijkende hartklep en lopend DNA onderzoek op een genetische hartafwijking na, voelde ik me vrij ok. Ik had zelfs mijn zonnebril nog aan en zag dat er een nieuwe klaproos was bijgekomen daar aan het plaatsje waar ik steeds mijn fiets parkeer. Maar de ambulancier zei kordaat dat ik gewoon even moest luisteren en zwijgen en ik werd binnengevoerd op de spoedafdeling. Daar stond de verpleging al klaar. Robin, die uit mijn geboortestreek bleek te komen door het accent dat ik herkende, had stagiair Loewis onder zijn hoede. “Het is zijn tweede dag, en hij krijgt hier al een hartinfarct binnen.” Ik vond ze wel grappig en vroeg of hij toch niet bij mij in de klas had gezeten in de lagere school, “ook van 1987”? Toen ik plots zag dat er 1995 op zijn arm getatoeëerd was, ging hij net een infuus prikken en ik krijste het hele kot bijeen. Al snel kwam spoedarts Roel ter plaatste en ik zei dat hij mij volledig mocht negeren. Dat ik echt oké ben maar mijn pijngrens wat aan de lage kant ligt. Stagiair Loewis genoot van het hele schouwspel en besloot toch om geen bloed te prikken na mijn geschreeuw “er werd hier net een kalf geslacht”, zegt Robin lachend tegen de dokter. Ik vraag of ik een selfie mag nemen, dat ik dat grappig vind voor mijn Instagram en met een big smile poseerden ze met mijn buisjes bloed in de hand. “Ik hoor dat ze het hier steeds over een jonge patiënt van 37 hebben, bij dit mogelijks hartfalen, dus een belediging zou ik het niet noemen van die jaargenoot”. Ik vraag aan Robin of hij hier veel zo’n gekke patiënten als mij ziet passeren en hij lacht dat hij wenste dat dat meer zou gebeuren. Meestal is het wat minder lachen, hij zegt dat ik zijn dag goed maak met mijn brede glimlach. Toen kon ik los van de steken in mijn hart nog een beetje groen lachen en foto’s op Instagram posten, maar al snel werd het duidelijk dat de vele onderzoeken mogelijks iets minder positief nieuws zouden kunnen brengen. “We gaan nu de ergste zaken proberen uitsluiten: een hartaanval, een hartvliesontsteking of longembolie”, zegt de cardioloog. Ze begint te vertellen over ontstoken hartzakjes, vochtophoping, hartenzymen, blaasjes in de longen maar ik luister in het midden van de uitleg al niet meer. Mede doordat dokter Roel van daarnet een natuurlijke schoonheid was die geïnteresseerd was in mijn sprint triatlon en terloops had gezegd dat hij ook een 7 in zijn e-mailadres had staan. Het is een teken, een ongeluksgetal, ik ga hier doodvallen. Omdat ik zoveel onderzoeken moest ondergaan en constant van de ene afdeling naar de andere werd gevoerd, hadden ze mij op de gang geplaatst. Loewis passeerde meermaals. Toen ik vroeg wat die stank was fluisterde hij zacht dat er net een zwerver de wc en zichzelf had ondergekakt. Ik zag gebroken benen, veel bloed, politie, verpleging en dokters wiens stappentellers op hol sloegen en ook af en toe iemand die naar huis werd gestuurd omdat de klacht misschien toch niet op de afdeling thuishoorde. Zit ik hier dan wel voor de juiste reden, dacht ik? Ik moest normaal op mijn werk zitten, om uitleg te krijgen over die nieuwste tool die wordt ingevoerd, om examens te plannen, cursussen in op te laden, mededelingen te plaatsen zoals “ik zal vandaag er niet zijn want ik heb mogelijks een hartaanval.” Een vriend van mij, die geriater is in hetzelfde ziekenhuis kwam af en toe langs en verzekerde mij dat ik echt naar hier moest komen. Dat die enzymen niet zomaar ergens energetisch zijn neergedaald in mijn bloed. En dat mijn huisdokter er goed aan deed om een ambulance te bellen.
Ik had een extra onderbroek in mijn rugzak gestoken en mijn werklaptop, wat granola met yoghurt en de krant waar ik instond en wel fier op was. Want de illustratie die erbij hoorde was zo groot en griezelig met die baby, ‘mijn leven als kinderloze dertiger in een dertigerswereld met kinderen’. Maar als ik het artikel even herlees en zie wat ik allemaal uitvreet tijdens de week, omdat ik moeilijk alleen thuis kan zijn, is het even confronterend dat ik op die gang lig, met een dekentje en zo’n ziekenhuishemdje zonder bh, 11 tjoepappen die mijn lijf verbinden met evenveel draden. Bloeddruk, pols, zuurstofsaturatie en hartslag worden gemonitord en af en toe komt Robin eens checken of ik nog leef. Hoe ben ik hier in godsnaam beland? Ze zullen denken dat ik wat drama verkoop en mij hier expres heb laten binnen voeren voor het verhaal. Ik laat aan Robin fier mijn column zien en hij moet lachen “jij bent dus echt al 37! En de rubriek ‘uit het hart’, zelf gevonden?”
“Sorry dat ik jou hier van je werk hou”. Loewis holt er achteraan en kijkt met veel bewondering hoe Robin het allemaal onder controle heeft. Patiënten met veel empathie naar de echo’s sturen, iemand een beetje water geven die bijna aan het stikken is, een oud dametje die in paniek om haar man roept op haar gemak stellen. Wat een prachtige job, denk ik. Ik werd naast de steken in mijn hart wel een beetje blij van zoveel mooi teamwork te zien, een ploeg die van hier naar daar spurt, steeds de kalmte bewaart en met de glimlach een oververhitte patiënt die teveel coke heeft gesnoven tot bedaren brengt. “Hoe komt het eigenlijk dat uw familienaam is afgeplakt en dat van dokter Roel niet? Is dat omdat de vrouwtjes allemaal met u willen daten of gewoon omdat er patiënten op uw gezicht willen slaan? En dat dat van dokter Roel daarvoor te schoon is?” Robin vond mij grappig, ik moest er uiteindelijk het beste van maken. En laten we het ook niet te serieus nemen, ik leef nog altijd en ik kan weer ademen. Het leven is al serieus genoeg. Ik vraag hoeveel mensen er al gestorven zijn vandaag. Robin zegt dat dat meevalt, dat hij hier nog maar 3 jaar werkt en hij het nog maar 3 keer heeft meegemaakt. “Misschien had ik het geluk dat ik thuis zat als mensen beslisten om het leven te laten, dat kan ook.
“Ik heb die dag alle mogelijke echo’s en scans laten uitvoeren die er bestaan zeker?”, zeg ik tegen Wendy van het patiëntenvervoer. Ik wist niet dat dat bestond. Mensen die een hele dag patiënten van de ene dienst naar de andere rollen. “Zotte stappenteller zeker?” Wendy glimlacht. “Doe je het graag?” “Ja hoor, altijd wat te beleven en iedere dag is anders. Vandaag wel tot 20u werken, die ploegen zijn soms vermoeiend. Maar hier in het ziekenhuis zijn het vriendelijke dokters en verpleging.” Een andere dame die mij een paar keer vervoerde was Hamide. “Prachtige naam zeg”, floep ik eruit. “Jij hebt hier een abonnement zeker? Lig jij hier nu al een hele dag in de gang?” “Ja, ik ben een hypochonder en ik wil niemands plaats afnemen.” Leuke vrouw die Hamide. Ik zeg haar dat ze een prachtige naam heeft en ook wel een coole hoofddoek. “Ja het is een ziekenhuis hè, hygiëne is belangrijk. Bedankt voor het compliment, het is een Turkse naam.” Wanneer ik moet wachten op de hartscan, rolt Hamide mijn ziekenhuisbed tussen 2 halfdode mensen. Ik zeg dat ze eerst mogen, maar alles was al in gereedheid gebracht. Ze hadden me er snel tussen genomen. Ik schaam me dood, als semi springlevende jonge deerne van 37 tussen oudjes wiens hart het misschien ieder moment kan begeven. De dokter vraagt of ik afgelopen maanden een depressie had. “Veel verdriet, de liefde hé”. Ze stelt me gerust dat ik geen broken heart syndroom heb, want dat bestaat dus echt hè! Maar soms kunnen door de stress of intens verdriet kleine adertjes springen aan de aorta die kunnen wijzen op hartschade. Er moet ergens iets beschadigd zijn want anders vonden we die enzymen niet terug. Ook een licht verdikte aorta, maar niet abnormaal voor iemand met een afwijkende hartklep. Na tien minuten in zo’n koker te liggen en je lichaam dat plots heel warm wordt van kop tot teen, rolt Hamide me terug naar mijn gekende plaatsje in de gang. Ik word onmiddellijk een beetje triest, terwijl ik tegen mijzelf zeg dat ik rustig moet blijven en niet te heftige emoties moet laten opkomen. Hoe het toch mogelijk is dat mij dat verdriet nog steeds blijft achtervolgen, dat mijn hart duidelijk nog niet is gelijmd. Gelukkig is mister beauty dr. Roel snel weer van de partij en aan mijn ziekenhuisbed zegt hij dat ik toch nog niet huiswaarts mag. Er zijn enkele vlekjes op je lever gevonden. “Lap, nu ook nog kanker erbij ofwa?” Roel moet lachen en zegt dat hij toch voor de zekerheid nog een echo wil laten nemen. “De machine moet draaien zeker?” “We willen niets uitsluiten, we vonden natuurlijk nog niet echt de oorzaak van uw hartenpijn hè”, zegt knapperd Roel ernstig. Ik zeg dat de oorzaak gekend is en verpleegkundige Els die af en toe meeluistert zegt dat ze dan ook een hele dag hier had kunnen liggen. Ongelooflijk toch, hoe ik na een dagje spoed hier iedereen al ken. Els is de max, ze hoopt dat ik snel weer naar huis mag. “Je hebt geluk gehad, want die ene scanner kan normaal lang duren. En dan had je hier wel mogen overnachten.” “Er zit thuis toch niemand te wachten hoor”, zeg ik een beetje triest. Maar ik schreef in de krant dat ik niet eenzaam wou sterven met mijn 10 katten als ik 80 ben. “Je komt dan maar naar hier, de spoedafdeling lapt je wel op. Jammer dat mijn vriend de geriater dan zelf te oud zal zijn om in te grijpen.” Want wat ik alweer geleerd heb na zo’n dag hossen van hier naar daar, een beetje zoals mijn normale leven maar dan in een ziekenhuisbed, is dat er zoveel mensen voor mij klaar staan. Vrienden, familie, collega’s, die fijne ploeg hier op de spoedafdeling. Ik besluit dat ik echt niet eenzaam zal sterven, en de buren wel mijn katten zullen eten geven. En ik misschien wel iemand ontmoet die tot de dood ons scheidt mij nog gelukkiger zal maken en mijn hart sneller zal doen kloppen dan normaal.




Opmerkingen