El Salvador en de piloten
- Charlotte

- 14 apr 2024
- 6 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 20 mei 2024
El Salvador is really fun. De broeierige hitte, de surfersvibe, de palmbomen… Jammer van de Hollanders hier in ons resort. Toen ik aankwam en ‘s avonds een groep surfers zag die ik wel heel luid vond, snoerde Bruno me onmiddellijk de mond dat het geen Latino’s waren. Ik verzweeg dat ik dat taaltje kende en was natuurlijk vergeten dat er nog een luider volk bestaat dan Latino’s. En ik me even niet aan de andere kant van de wereld waan. Ik kocht op de luchthaven in Montreal gelukkig een vette hoofdtelefoon, die ik steeds opzet aan het ontbijt terwijl Bruno aan het surfen is. Geen alsjemenou’s, alleen waaiende palmbomen, zweetdruppels die van mijn benen rollen en een tipico El Salvadoriaans ontbijtje met bakbananen en bonen, die ik voor de helft laat liggen terwijl ik me door Kruangbin in mijn oren weer in het paradijs waan.
Vandaag gaan we hiken, EINDELIJK. Hoe dankbaar ik ook ben dat Bruno deze hele trip organiseert en betaalt, ik vond de match van gisteren, Manchester City tegen Real Madrid in het nationaal stadion met teveel margarita’s en zatte Latino’s en Kevin De Bruyne op de bank, wel voldoende na een voormiddag aan de Pacific hangen terwijl Bruno aan het surfen was. Ik kom niet naar de andere kant van de wereld om alleen maar aan de beach te liggen of naar voetbal te kijken, dat had ik hem op voorhand duidelijk gezegd. Daarom staat er vandaag een vulkaan op het programma, en een zoet meer waar we ons op honeymoon zullen wanen, weliswaar in het gezelschap van zijn collega piloten. Wanneer ik in de auto het mopje maak dat Bruno me een aanzoek deed, moesten ze eens goed lachen. In ieder stadje een ander schatje, ik hoor het hen net niet in het Spaans mompelen. Ik ben hier niet om romantische beloftes tot in de eeuwigheid uit te spreken, maar laat ons die vulkaan beklimmen, genieten van het wonder van deze natuurpracht, van de broederschap die inmiddels is ontstaan tussen mij en de piloten, de gastvrijheid en veel bontgekleurde vogels die mij iedere ochtend doen ontwaken met een tropisch concert. Javier, collega van Bruno en de padré van de nog jongere collega Alejandro, een uiterst sympathieke man, van wie ik hoop dat hij niet per ongeluk op mijn teen gaat trappen, beslist thuis te blijven van de vulkaantrip. Om het gesprek over zijn fysieke toestand iets minder ongemakkelijk te maken vraag ik of Alejandro nog broers of zussen heeft. Onmiddellijk wordt het stil. “His brother passed away some years ago” fluistert Bruno in mijn linkeroor, dat nog halfdicht zat door die tweede vlucht in combinatie met een beginnende sinusitis. Ongemakkelijke gesprekken nog ongemakkelijker maken is jammer genoeg een van mijn talenten, maar een ontroerende Javier, een beer van een vent, zegt dat hij het moeilijk vindt om erover te praten, maar dat ik het mij niet moet aantrekken, dat ik dat niet kon weten. En hij ook het liefst wil dat we hem niet vergeten. Bijna had ik om zijn naam gevraagd, maar aan Bruno’s blik zag ik dat we het beter over de vulkaan zouden hebben. Ik werd getrakteerd op een zeer technische uitleg waar ik geen hol van begreep, maar ik kon onthouden dat we niet te lang bij de top mochten blijven want dat de zwavel ongezond is en er ook een storm kan losbreken, los van wiens obese toestand dan ook. Op dat moment steken Javier en Alejandro het zoveelste vette stuk beef in hun mond, nog nooit zag ik mensen met zoveel goesting en liefde een rund verorberen, zelfs mijn pa niet. Ondertussen geniet ik van de overheerlijke seviche, met een taco en verwarmde empanada als side dish. Eén ding is zeker, ik zal hier niet verhongeren. Bruno’s collega’s uitspattende BMI cijfers draaien overuren en ik zie ze niets anders doen dan bier slurpen en beef eten. Ik weet niet wat ze van me moeten denken met mijn margarita’s en ceviche, met de beste avocado’s en echt vers fruit zoals dat in België niet bestaat. Maar dat ik hier als een prinses ontvangen word staat buiten kijf. Soms vraag ik mij af hoe deze mannen een vliegtuig kunnen besturen en of dat de reden is dat we zoveel moeten bijbetalen voor de bagage, omdat er een complot is en we eigenlijk niet weten dat piloten nu eenmaal een maatje meer hebben. Behalve Bruno dan, ijdel als hij is en een zogezegde glutenallergie waardoor hij geen bier kan drinken zoals een echte man volgens Javier, maar eigenlijk gewoon op zijn lijn wil letten nu hij 46 is en hij houdt van dure wijn en hij met veel plezier een fles alleen opdrinkt omdat wij het houden bij margarita’s en bier. Bruno eet veel steak, ik weet niet hoe het komt maar ik vind dat vrij onaantrekkelijk, zeker nu we in dit paradijselijk land zitten aan de Pacific, waar ik niet direct veel runderen zie rondlopen op het strand. Maar ik neem op 8 dagen 2 internationale vluchten, ook niet bepaald sexy voor menig eco-warrior of gewoon zelfbewuste mens met een schuldgevoel dat gecompenseerd moet worden voor die boomers die onze planeet zijn beginnen verneuken. Over ecologie heb ik het niet met deze piloten, waarvan je de dollars in hun ogen kan zien blinken, maar wanneer er veel alcohol vloeit komen de homofobe en racistische opmerkingen boven water. Het doet me een beetje aan Conners zattemansklap denken en ik ‘s avonds bij toeval zijn terugkeer lees in de Morgen. Et alors? Al denk ik niet dat Conners geaardheid en ‘socialistische’ gedachten in dit land hier goed zouden aarden. Bruno verwijt me van een communist te zijn, in een Europese bubbel waarin ik niet weet hoe het er aan toe gaat in de VS en Latijns-Amerika. Wanneer ze er Trump bijhalen moet ik al bijna helemaal kokhalzen, maar de freedom of speech is hier aan de andere kant van de oceaan uiteraard een ding. I don’t think he’s a good man, maar heb je de beurscijfers al eens bekeken onder Biden? Ik heb geen zin in discussies, maar laat me er net zoals op het werk soms door verleiden. Bij collega’s die volgens mij een radicale mening hebben over hoofddoeken en ik vind dat ze niet leven in een multiculturele buurt en ze daar dus ook geen genuanceerde mening over kunnen hebben. Al moet ik wel toegeven dat het contact met mijn Syrische buren soms stroef verloopt wegens de taalbarrière en wanneer ik te vriendelijk ben tegen de Koerdische groenteman hij voor mijn deur staat met watermeloenen en overrijpe geïmporteerde tomaten inclusief uitnodiging om iets te gaan eten. Dat ik dat nu ook niet bepaald fijn vind, maar dat het mij geen hol uitmaakt of die vrouwen hier in de straat al dan niet een hoofddoek dragen. Dat ik in mijn bubbel zelfs niet doorhad dat dat nog iets uitmaakt, zoals hipsterfietsen en bijhorende eighties-pornstaches hier ook tot het straatbeeld behoren. Een andere collega gaf me de raad om de extremen niet te overtuigen, maar enkel in discussie te gaan met de middenmoot. Dat je daar misschien als linkse idealist nog iets teweeg kan brengen. Maar hier is geen tussenin, laat staan een progressieve naar het centrum neigende tsjeef of rechtse salonsocialist.
Nu, om even terug te keren naar de vulkaan waar Javier niet aan begon, maar Bruno en Alejandro mij vrolijk vervoegden maar al snel begonnen te puffen terwijl ik alsof het niets was die vulkaan opdartelde. Bruno noemt zich vaak de surfende piloot en Alejandro zegt een beetje verlegen dat hij 35 kilo is verzwaard en het misschien komt van zolang bij Quatar Airways te werken. Dat hij altijd in first class mocht vliegen en je zo onregelmatig leeft dat eten een van de weinige geneugten zijn in je days off. Ik begin hier al zoals mijn pubers in het Engels te denken, bro. De piloten praten ook vaak Spaans tegen elkaar, maar door Bruno’s expressieve manier van communiceren kan ik de helft van de tijd volgen. Hij spreekt altijd met veel respect over mij, althans dat denk ik toch te horen, soms op het gênante af. Dat ik elk instrument dat ik aanraak kan bespelen en les geef aan la universidad de profesores. We vliegen de aloë veira’s en loszittende rotsblokken voorbij, ik denk aan de emotioneel moeilijke maanden die achter de rug zijn, terwijl de smog steeds hoger oprijst en hoe gek het is dat ik hier aan de andere kant van de wereld aloë veira’s zit te tellen maar ook vaak denk aan hoe alles toch is kunnen eindigen. Hoe gelukkig we samen waren. Eenmaal boven, denk ik vooral aan de fantastische momenten die ik hier mag beleven en toch ook een beetje blij ben met hoe het leven mij naar hier heeft gebracht in plaats van een kind te maken en een huis te verbouwen waardoor mijn nachten er iets minder spectaculair hadden uitgezien. Het is fenomenaal prachtig boven aan de vulkaan, een appelblauwzeegroen meer met dampende zwavel dat je zo nietig doet voelen als klein stipje op deze wonderlijke planeet en je hart wat kalmer maakt, los van de 15 toeristen met wie je dit natuurlijk samen moet delen. Omdat delen nu net datgene was wat ik zo graag met hem deed en ik dit moment zo graag met hem alleen had willen delen.





Opmerkingen